“Ik ben niet bescheiden. Ik weet dat ik heel veel kan en daarom leg ik de lat ook extra hoog voor mezelf.”

Grappig was dat onze volgende gast mij bij aanvang overrompelde met vragen in plaats van andersom. Dat is eens wat anders. Ik vertelde hoe ik eigenlijk in het Chipsocial team ben gerold en daarna moest Philou (25) er zelf aan gaan geloven. Hij vertelt over zijn vriendinnetje, die van Afrika Studies naar journalistiek switchte en nu bij Vice werkt en laat daarbij zijn interesse in journalistiek stiekem doorscheme-ren. “Wie ben jij?”

‘Ik ben Philou Louzolo, geboren en getogen in Burg Haamstede, een klein dorpje aan de Zeeuwse kust. Na het behalen van mijn vmbo ben ik naar mijn oom en tante in Den Haag verhuisd voor een studie Grafisch Vormgeven. Toen ik een woning voor mezelf kon vinden ben ik meteen naar Rotterdam verhuisd. Na het behalen van m’n diploma Grafisch Vormgeven ben ik begonnen aan een marketing studie. Daarna begon ik eigenlijk direct met het maken van muziek.’

Hoe kwam het dat jouw kick-start eigenlijk al best snel heeft plaatsgevonden denk je?

‘Geen idee eigenlijk, geen idee. Op het moment dat het gebeurde stond ik er best nuchter in, het was namelijk pas het begin. Het kwam allemaal al wel snel op me af, waar andere jongens vaak jaren voor moeten werken. Ik denk dat het een combinatie is geweest van verschillende factoren. Een kwestie van omringd worden door de juiste mensen, op het juiste moment op de juiste plek zijn en vooral mazzel hebben.” Ik beaam dit en voeg toe dat zijn talent natuurlijk ook een grote factor heeft moeten spelen. “Jazeker, er komt alleen veel meer bij kijken dan talent. Mensen moeten je wel zien en erachter komen wie je bent. Je kan namelijk de beste producer ter wereld zijn, maar als je je kelder niet uitkomt dan raak je ook niet tot de oppervlakte van de scene. Netwerken.’

 

 

Je geeft aan dat je sound in de beginfase van je carrière erg housey was en zelfs neigde naar techno. Dit is nu veel breder, hoe is die overschakeling tot stand gekomen?

‘In de loop der tijd ben ik me meer gaan verdiepen in wereldmuziek, alles wat niet elektronisch is. Dit kwam denk ik door mijn eerste trip naar Afrika, waar ik door Malawi heen ben getrokken. Ik heb altijd veel naar Afrikaanse muziek geluisterd, met name afro beats van bijvoorbeeld de Nigeriaanse Fela Kuti, maar het viel pas echt op zijn plek toen ik ook daadwerkelijk in Afrika was. De sfeer van de muziek, de teksten, alle puzzelstukjes vielen in elkaar. Tijdens mijn eerste gig in Nederland na deze trip besefte ik dat er iets muzikaals was dat mij naar een hoger level kon tillen. Maar ook zeker het publiek als ik er op de juiste manier mee om ging. Ik begon met het maken van edits van Fela tracks door ze iets toegankelijker te maken met bijvoorbeeld het toevoegen van een iets hardere kick en testte deze toen voorzichtig in BAR, waar altijd een hele open vibe heerst en ik makkelijker mijn grenzen kan verleggen. Het beviel goed en ik ging al snel van veel concessies doen naar steeds minder. De scene was er klaar voor, maar ik ook. Ik kon me profileren als afro deejay.’

Wat is voor jou een hoogtepunt geweest, als deejay?

‘Dit klinkt heel afgezaagd, maar ik heb nog erg het gevoel dat die nog moet komen, ik ben niet snel tevreden. Maar ik moest laatst mijn biografie herschrijven en toen realiseerde ik me wel dat ik een hoop leuke dingen heb gedaan zonder dat ik me daar ook echt bewust van was. Het zijn dingen waar ik erg trots op ben, ik weet alleen wel dat dat niet voldoende is.” Ondertussen was ik toch wel benieuwd naar die ‘dingen’ en vroeg door. Hij noemde een waslijst aan internationale boekingen in onder andere Marrakech, Parijs, Sicilië, Barcelona en Lissabon. Ik speurde wat bescheidenheid en vroeg hem of dit ook zo was. “Ik ben niet bescheiden. Ik weet dat ik heel veel kan en leg daarom de lat ook extra hoog voor mezelf.’

Het feit dat een van zijn platen, geproduceerd in Nigeria en Rotterdam, meteen op nummer 1 binnenkwam op de wereldmuziek charts (en twee weken later ook in de overall charts) was ook wel een noemenswaardige prestatie. Hoe is die samenwerking met Nigeria tot stand gekomen?

‘Ik bracht dus op een gegeven moment veel edits uit, wat mij niet echt meer uitdaagde en ik wilde mezelf onderscheiden van de Europese jongens die, zonder kortzichtig te zijn, niet dezelfde Afrikaanse connectie met Afrikaanse muziek hebben als ik. Sociale en politieke gebeurtenissen daar moeien mij enorm en het is voor mij meer dan muziek draaien en mensen laten dansen. Die extra dedication wilde ik op de een of andere manier uitdragen en ik begon toen met het scouten van Afrikaanse artiesten via internet.’

Heb jij ooit enige vorm van belemmering ervaren in de scene op raciaal vlak?

‘Ik niet. Maar ik denk dat het voor andere zwarte artiesten, die minder privileges hebben dan ik, een moeilijke wereld is. Ik heb misschien makkelijk praten, aangezien ik goed Nederlands spreek en me niet als een cliché Afrikaan kleedt, maar als dat niet het geval is, zou het best een opgave kunnen worden om geaccepteerd te worden in de scene waar ik me in bevind. Ironisch is wel dat zwarte vrienden van me vaak geweigerd worden op Afrikaans gethematiseerdefeesten waar ik dan moet draaien, heel naar maar vooral tegenstrijdig. Zijn die jongens dan té Afrikaans voor je of zo?’

Wat is volgens jou het verschil tussen het draaien in Rotterdam en Amsterdam?

‘Moeilijke vraag, omdat ik dan moet generaliseren en daar ben ik fel tegen. Maar je hebt natuurlijke bepaalde kenmerkende dingen per stad, zoals het meer trendbewust zijn in Amsterdam wat vaak resulteert in omgevingen waar mensen meer open staan voor nieuwe dingen. In Rotterdam weet iedereen juist heel vaak wat ze willen en als het anders is, dan is het nog maar even aftasten. Dat geldt natuurlijk niet voor alle plekken, meer voor bepaalde plekken waar ik kom. Een pluspunt van Rotterdam is absoluut de grote mate van diversiteit in etniciteit en cultuur en dat vind ik eigenlijk belangrijker dan of mensen open staan voor nieuwe muziek. Een mix van culturen in een club is toch leuker dan een crowd met een bepaald type mens, dit is namelijk ook de weerspiegeling van de huidige samenleving. Chips is op de donderdagavond dan ook een van de meest diverse avonden die ik ken in Rotterdam, waar ik ook compleet mezelf kan zijn. Op donderdag gaan alle remmen los.’

Als laatst vroeg ik hem wat hij Rotterdam als les zou willen meegeven.

‘Haha, wat een kut vraag, hmm moeilijk. Ik kom net kijken joh, ik denk dat ik zelf nog niet echt een les kan geven aan de stad. Dat kan je beter aan een Rotterdamse veteraan vragen,’ vertelt hij lachend.

“Als Chips mijn vriend was zou hij erg open, ruimdenkend, vooruitstrevend en toch wel bescheiden zijn. Ik denk niet dat hij zich bewust zou zijn van wat hij allemaal voor Rotterdam doet en betekent.”